De Nederlandse veengrond is flink verzakt, nu is het wachten op actie!

Na vijftig jaar metingen kan bodemfysicus Guido Bakema stellen dat Nederlandse veengebieden gemiddeld 35 centimeter gezakt zijn. Dat proces moet vertraagd worden. ‘Er moeten keuzes worden gemaakt.’

In vijftig jaar is de bodem in Nederlandse veengebieden met gemiddeld 35 centimeter gedaald. “We weten het wel, maar het is een sluimerend proces, net als klimaatverandering. Op een gegeven moment merk je de gevolgen en nu weten we ook precies hoe snel dat proces is gegaan”, zegt bodemfysicus Guido Bakema. Bodemdaling bij veengrond heeft grote gevolgen: 9 procent van de Nederlandse bodem bestaat uit veen, vooral in Noord-Holland en Zuid-Holland, Utrecht en in de kop van Overijssel en Friesland. Het meten van het verzakken van veen begon in de jaren zestig toen de mechanisatie in de landbouw vorderde. De paarden werden vervangen door trekkers. Om met die zware machines toch het land op te kunnen, moest de bodem droger worden. Om dat voor elkaar te krijgen, ging het waterpeil omlaag.

Al decennia is bekend dat bodemdaling leidt tot schade aan de fundering van huizen, niet alleen in steden als Gouda in het Groene Hart, maar ook in Friesland. De laatste jaren komt daar de schade bij die het klimaat ondervindt door de uitstoot van kooldioxide. Veengrond is in de loop der eeuwen gevormd door traag afbrekend plantaardig materiaal. De plantenresten, waarin koolstof is opgeslagen, blijven alleen bewaard door natte en zuurstofarme omstandigheden. Door verlaging van het waterpeil komt er zuurstof bij de plantenresten. Dit proces heet oxidatie. Er komt kooldioxide vrij en de bodem daalt. Er zijn grote regionale verschillen. In Hoenkoop (Utrecht) was de daling in 50 jaar 10 centimeter, in Spannen- burg (Overijssel) en Assendelft (Noord-Holland) zeker 85 centimeter. De verschillen worden vooral veroorzaakt door de mate waarin de waterstand naar beneden is gebracht en het water wordt weggepompt. Tot tien à twintig jaar geleden lieten waterschap- pen het waterpeil nog verder zakken als de bodem daalde. Daar zijn ze vrijwel mee gestopt, zegt Bakema. “Ze weten dat daar geen einde aan komt. Dan blijf je bezig en is het veen bijvoorbeeld in Friesland over honderd jaar weg en zit je op de onderlaag, het zand.”

Bij de politiek is al een paar jaar duidelijk dat een rigoureuzere aanpak nodig is: het veen weer natter maken om de uitstoot van broeikasgassen te vertragen en het verzakken van huizen te stoppen. Nu is het wachten op daden, zegt Bakema, maar hij zegt daar bij dat het niet makkelijk is. “Wat kan dan nog met dat natte land? Wat doe je met de boeren die daar nu actief zijn? Er moeten keuzes worden gemaakt. Daar zijn genoeg ideeën over zoals een combinatie van natuur en landbouw met lichtere machines, waarbij je het gras en hun wortels waar- in veel CO2 is opgeslagen kunt behouden.” Het veen veel te nat maken is ook weer niet goed, zegt Bakema. “Dat veroorzaakt uitstoot van methaan en dat heeft een nog groter effect op klimaat- verandering dan kooldioxide. We moeten dus ook het effect van vernatting gaan meten. Ja, wat mij betreft doen we dat de komende vijftig jaar.”

krant.trouw.nl